U bent hier: startpagina » oesdorp » column_meijering_mekkert,_eyeblink_en_jan

Columns van Jan Wierenga, Aagje Blink en Bianca Meijering



Jan wierenga
 

 

 

Mei 2020

ALLES IS ANDERS

Dezer dagen passeerde ik de ijsbaan in het bos, het Schoonmeer. De baan lag er kaal en verlaten bij en zo dreug as Sinterklaos zien gat, maar wel meende ik in de verte heel licht en ijl het geluid te horen van krassende ijzers op ijs, vergezeld van vaag stemmenrumoer.  Verbeelding uiteraard; je zou wénsen dat de schaatspret wat vaker en langduriger  tot leven kwam, zo  midden in ‘de bos’, maar dat kun je met die slappe moderne winters dus wel vergeten. Ik heb mij laten vertellen dat er hier en daar binnen ijsbesturen al wordt overwogen om de hele bende maar in de verkoop te doen: ‘Eenmalige AANBIEDINGwegens overcompleet: 1 g.o.h. IJSBAAN, weinig opgereden.
Op = Op!!’ Zal ook wel niet, maar aan de andere kant: niets is meer wat het was, zo lijkt het wel.

Door die virusellende bijvoorbeeld, beleven we met afstand het vreemdste jaar aller tijden. Goed, je kunt tezijnertijd in familiekring en drinklokaal geruchtmakend voor de draad komen met sterke verhalen, maar wat koop je daar nou voor, goed beschouwd? Helemaal niks. Zelfs de jaarlijkse dodenherdenking kon niet doorgaan; in elk geval niet op reguliere wijze. Wel blies Jan Grootjans ook dit jaar Taptoe; bij de kerk in dit geval en zonder publiek. Zelf zaten we, net als vermoedelijk de meeste Oringers, thuis voor de buis te kijken naar de koning, die een historische toespraak hield.
Die hebben we dan wel weer mooi meegekregen.

Vorig jaar waren we op 4 mei in Utrecht, waar ze de doden herdenken op het Domplein midden in de stad. Er was een imposant aantal mensen op de been, tegen een al even indrukwekkend decor. Op ons verlanglijstje staat ook een Dodenherdenking in
Westerbork. Daar moet je ook eens geweest zijn, vinden we. Maar wat ik dit jaar heel erg miste, was de herdenking in ons eigen dorp, gewoon bij ons eigen monument, met onze eigen Jan Grootjans in zijn onberispelijk uniform, met onze eigen kerkklok en met onze eigen twee minuten. Herdenkt toch elders niet, wat eigen dorp u biedt….

Het indrukwekkendst van de Dodenherdenking bij het monument aan de Exloërweg is die stilte, die neerdaalt op het dorp, gedurende twee aangrijpende minuten; doorgebracht in verbondenheid en extra geaccentueerd door het gezang van de vogels. En ´t is vrijwel altijd goed weer. Herdenken kan door iedereen, door oud en door jong. Zeker ook door jong: herdenken is hartstikke cool.

 Jan Wierenga


 

EYEBLINK  


April 2020

OPGERUIMD STAAT NETJES 

Ik ben geen fan van Marie Kondo die beweert dat opruimen je gelukkiger maakt. Want ik heb dat beslist niet zo ervaren! Maar rigoureus opruimen, moest ik wel. Wij gingen namelijk verhuizen naar een huis met minder zolders. Wij bezaten maar liefst drie van die verzamelplekken plus een kelder. Je wilt niet weten wat je daar allemaal opslaan kunt! Wij hebben onze geliefde woonstee overgedaan aan een geweldig echtpaar dat ik dit gerieflijke huis van harte gun, maar toch heeft het heimwee mij nu een beetje in zijn greep. Want, weer een afscheid en daarmee gepaard gaande een vorm van rouw!

Onze leeftijdsgroep neemt al zoveel afscheid, op allerlei terrein. De laatst toegevoegde vorm van rouw is die rondom het Corona-gebeuren; rouwen om datgene wat allemaal zo vanzelfsprekend voor ons was. Bepaalde gebeurtenissen in ons leven dwingen ons om tussen ratio en emotie een nieuw evenwicht te zoeken. Ik denk dat wij allemaal de laatste tijd veel hebben ‘geleerd’ en bijgesteld.

Om terug te komen op onze verhuizing: Wij hebben in Odoorn letterlijk en figuurlijk veel ‘ballast’ achtergelaten, maar onze fijne herinneringen zullen ons begeleiden. ‘Opgeruimd’ gaan wij in Emmen een nieuwe fase van ons leven opstarten. Onlangs mocht ik in het ledenmagazine van Icare iets vertellen over naoberschap.
Ik verwoordde hoe ik de aandacht, betrokkenheid en zorg van onze buren heb ervaren. En niet alleen van ónze buren. Naoberschap staat bij veel Oringers hoog in het vaandel. Een van de vele positieve herinneringen en ervaringen die ik meeneem en verder uit zal dragen! Jullie merken dit is een column die eigenlijk geen column heten mag; beginnend met opruimgoeroe Marie Kondo, maar uitmondend in een soort van afscheidsbrief. Want mijn vertrek naar Emmen, betekent tevens mijn afscheid als columnist voor Oes Dorp. Als rechtgeaarde Drent, die de streektaal een warm hart
toedraagt, doe ik dat uiteraard met een afscheidsgroet aan jullie in het Drents:

Goed gaon lu!

Aagje Blink
 


geitMEIJRING MEKKERT  

maart 2020

CLUBJE

Het is een doordeweekse avond. Na een lange werkdag sta ik bij het fornuis een smakelijke en hopelijk voedzame maaltijd te bereiden. Ook wederhelft komt na een arbeidzame dag weer thuis. Zijn driftige voetstappen voorspellen naderend onheil.

Met een ferme zwaai gooit hij de keukendeur open. “Nou”, roept hij, terwijl hij zijn jas openritst. “Jij en je clubje hebben het voor elkaar hoor!” Vol verwondering kijk ik hem aan. Waar hij het over heeft wil ik weten. “Nou, binnenkort mogen we nog maar 100 rijden hier in Nederland. We zijn gek geworden met elkaar.”

Aha, het is me duidelijk. Ik ben weer eens de veroorzaker van zijn persoonlijk leed. Met dat clubje bedoelt wederhelft namelijk iedereen die net als ik begaan is met klimaat en milieu. In de ogen van wederhelft ben ik daarom een brandnetelthee drinkende idealist die de hele dag planten knuffelt en sokken breit van ongebleekt geitenwol.

Woest over zoveel onrecht schiet ik in de aanval. “Oh ja?” roep ik hem toe. “Het kan jou dus niks schelen dat onze kleinkinderen straks tot de nek in het water staan. Dat complete volkeren op drift raken vanwege branden, overstromingen en hongersnood. Hoe denk je dat het komt dat half Australië is platgebrand en Azië regelmatig
overstroomt? Omdat jij te beroerd bent om een kleinigheid in te leveren voor een beter milieu!” En zo heb ik de schuld voor alle wereldleed weer terug op het bordje van wederhelft gelegd. Waar het hoort.

Maar waarschijnlijk ziet hij dat anders.

Bianca


 

 

Jan   Wierenga




februari 2020

BOOMERS

SIVO krijgt dus een tweede doorstart, deze keer in Borger. Bij het lezen van dit nieuws kwam ik onwillekeurig wat aan het mijmeren over vroeger, toen het festival nog
gewoon in Odoorn werd gehouden. Over de geruchtmakende kroegfeesten
bijvoorbeeld, waaraan we ons als dorpsbevolking massaal plachten over te geven, met regelmatig de piepen vol. Mooi was dat misschien niet om te zien, maar om nou te zeggen dat we er zelf veel hinder van ondervonden: nee. Je kon wat meer hebben in die dagen en je herstelde ook vrij snel van het genotene. Hooguit was de pas waarmee je ten langen leste maar weer eens op de keet aan ging, beschenen door de bleke
dageraad, iets statiger dan anders, omdat je toch wat meer je best moest doen om het roer recht te houden. (Bij een van die gelegenheden, op een vroege zondagochtend, moesten bentgenoot Z. en ik een paar uur later alweer aantreden bij Willie Steenge, om in de bedrijfshal aldaar een ruimte in te richten voor het afscheid die avond van onze buitenlandse gasten. Zelf ben ik maar helemaal niet meer naar bed geweest, dat had ja toch geen zin. Om elf uur was de klus bij Willie Steenge geklaard. ‘Eerst maar even een pilsje jongens, niet?’, zei Willie. Lekker hoor.)

Ik wens SIVO ook in Borger het allerbeste. Zelf geef ik mij graag over aan de
legendevorming rond het festival in eigen dorp. De verhalen zullen met het verstrijken van de jaren alleen maar mooier worden. Elke keer zullen de afgeladen, walmende autobussen uit het Oostblok nog wat verder door de assen zakken en zullen vreemde snoeshanen uit binnen- en buitenland op den duur mythische vormen aannemen.
En horen we in de verte niet elke keer wat luider de echo´s van een even
legendarische als verketterde stofzuiger?

Ondertussen vraag ik me af waar iedereen van mijn leeftijd is gebleven. Waar zijn op
feesten en dorpspartijen de kroegmakkers van weleer? Die ouwe boomers? Zeker, een enkeling is al uit de tijd, maar de rest is toch nog springlevend? De waarheid is dat wij in de kleine uurtjes beter niet meer de deur dicht kunnen doen in het café, waar je op dat moment vermoedelijk nog de enige ouwe knapperd bent. Omringd door jongeren. ,,Ik had ineens het gevoel: heb ik hier nog wel wat te zoeken?", vertrouwde mij onlangs zo´n oude muiter van weleer toe. Zo is het, ben ik bang. Je kunt wel dapper blijven doen jongens, maar ooit is het tijd om te retireren.
De kunst is het juiste ogenblik te kiezen.

Jan Wierenga


EYEBLINK  

 


Januari 2020

VROUW ACHTER HET STUUR   

Zo af en toe dwing ik mijzelf om te fileparkeren. Zo’n kunstje moet je immers onderhouden om het niet te verleren.
Vlak bij mijn afspraak in Stadskanaal zie ik een lege parkeerplek pal achter een geparkeerde auto. Ik heb een van mijn drieste dagen, dus stop ik naast de auto en rij daarna voorzichtig insturend achteruit. En, gedachtig het advies van echtgenoot, niet over mijn schouder kijkend, maar in de spiegels. Op een gegeven moment voel ik weerstand van de opstaande trottoirband die de parkeerhaven scheidt van het naastgelegen kanaaltalud. Pff, ik heb het mijzelf niet gemakkelijk gemaakt! Met klotsende oksels geef ik nog wat gas bij. Zo! Ik blaas mijn ingehouden adem uit en verlaat tevreden de auto.

Driekwartier later wil ik weer instappen. Bij het naderen van de auto valt mij op dat ik wel heel dicht op een lantaarnpaal sta. Stond die er net ook al? Die heb ik bij het inparkeren niet gezien en de achteruitrijcamera ook niet. Ik controleer toch maar even de achterzijde en ja hoor; een deuk rechtsachter in de bumper! Trottoirband? Ik heb dus met slippende koppeling gepoogd die lantaarnpaal omver te duwen! Bah, wat baal ik dat mijn inzet zo afgestraft is. Ik overweeg niets te melden thuis. Ik hoor de mannen in mijn omgeving al sneren: ‘Ja hoor, vrouw achter het stuur!’

Op weg naar huis schiet mij de actie van een bevriend iemand te binnen. Jonger dan ik en … man! Hij had dubbel malheur. Hij kwam hard in aanraking met een lantaarnpaal die uit het niets opdook, maar kreeg nog een extra dreun toen de verlichtingsarmatuur van die lantaarnpaal, als een soort van toegift, bovenop zijn autodak stortte. Zijn ego had het aardig te stellen met die deuken. De eerste (en tweede) schrik te boven, besloot hij de EGD aansprakelijk te stellen voor die ondeugdelijke verlichting die zomaar naar beneden viel.

Bij nader inzien besluit ik mijn slooppoging gewoon te bekennen. Ik kan het thuisfront tussen neus en lippen door altijd nog even herinneren aan die story van hun seksegenoot!

Aagje Blink    


   geit MEIJERING MEKKERT           

December 2019 

C BRRRRRRRR

Dit stukje zou over het CBR kunnen gaan. Over het verlengen van mijn rijbewijs.

Ik zou kunnen schrijven hoe ik in juli al een gezondheidsverklaring invulde waarvoor ik € 38,70 moest betalen.
En hoe ik toen pas in oktober twee doorverwijzingen kreeg.

Ik zou ook kunnen schrijven dat ik eind oktober bij een arts terecht kon waar ik € 70.-moest betalen en begin november bij een oogarts die ik € 75 betaalde. En dan zou ik kunnen schrijven hoe die arts het betreffende keuringsformulier foutief invulde. En dat ik daarom weer bericht kreeg van het CBR dat ik nogmaals naar een arts moest voor een aanvulling. En dat het CBR in de brief schreef dat deze arts daar best wel eens kosten voor in rekening zou kunnen brengen. Ik zou ook kunnen schrijven dat ik die ene arts waar ik geweest was niet kon bereiken. Dat ik dat via de instantie moest doen waar hij bij aangesloten was. En ik zou ook kunnen schrijven dat die instantie mij zou laten terugbellen door een andere arts. En dan zou ik kunnen schrijven dat inmiddels, begin december, mijn rijbewijs verliep. En dat ik uit pure frustratie een klacht indiende bij het CBR. En dat het CBR mij per brief liet weten dat mijn klacht gegrond was en dat het CBR haar nederige excuses aan mij aanbood. Waar ik verder niets mee opschoot.

En ik zou dan kunnen schrijven dat ik het telefoontje van de arts waar ik met smart op zat te wachten gemist had op een late vrijdagmiddag. En dat ik terugbelde maar de telefoon niet beantwoord werd. En ik zou kunnen schrijven dat de maandag daarop de arts niet bereikbaar was. Maar dat ik wel bovenop de terugbelstapel lag die woensdag in behandeling zou worden genomen.

Dat zou ik allemaal kunnen schrijven. Maar dat doe ik maar niet.
Wie zou me geloven?

Bianca


JAN
 
 
 
 
November 2019
 
Bolo en Sala

Al jaren bekommeren wij ons om logeer- dan wel uitlaathonden. Voorheen waren dat Balou en James - zij rusten in vrede -, tegenwoordig hebben we Bodo en Sarha, ofwel Bolo en Sala,volgens onze jongste kleinzoon. Een bezoek aan opa en oma in Odoorn betekent in de beleving van de kleine man naast allerlei andere gunstige zaken (zandbak, groot assortiment speelgoederen, koekjeskassa bij Bakker Joost), zéker ook ongeremd hondjes aaien. Oók als we geen oppasdienst hebben, zodat we op stap moeten naar het huis van de echte baasjes en bazinnetjes. En die moet het natuurlijk ook maar net passen. Een hele operatie al met al, een halve middag ben je er zo aan kwijt. Maar ja, ons kleinzoontje heeft nou een keer een ruim gemoed, waarin naast Bolo en Sala plaats is voor alle andere hondjes ter wereld, plus alle poesjes, konijntjes , paardjes, varkentjes, koetjes en kalfjes. Ik ben bang dat hij zelfs krokodilletjes, slangetjes en andere griezeltjes aaibaar genoeg acht.

Bij ons thuis ben ik chef-uitlaatservice. Ik ga graag met de hond via het vennetje (richting Valthe) bij het Eppiesbargie omhoog naar de bosrand, en dan maar weer op Oring aan. Of ik maak een extra lus rechtsaf door het bos, dan nog een stukje over het Van Roijenpad en weer terug over de heide-met-de-eeuwenoude-karrensporen. ‘Besef je wel hoe bijzonder deze karrensporen zijn, Bodo?’, vroeg ik deze zomer nog aan mijn grote bruine metgezel van dat moment. Die zei: ‘Man, wat kan mij die ouwe zooi nou schelen’, en schoot links uit de flank de strubben in, voor de grote bah; de tweede al die ochtend. Hebben jullie wel eens goed een hond bestudeerd die zich eh…. zit uit te drukken? Geen ander levend wezen dat zo bescheten en droefgeestig uit zijn ogen kijkt.

Het mooie van de hondenuitlaterij is ook, dat je nog eens iemand spreekt; er lopen heel wat collega-uitlaters bij ’t pad. Onwillekeurig ontstaat er toch een zekere vertrouwelijkheid. (‘Nee hoor, ze hoeft niet aan de riem hoor! We kennen elkaar, hè Sarha lieverd?’). Ook prettig voor een boerenzoon als ik is, dat je onderweg zo mooi de stand van de gewassen meekrijgt. Wat was ’t weer droog niet, deze zomer?  Zo dreug as Sinterklaos zien gat, zoals ik eens hoorde. Streektaal blijft toch een mooi ding om je in uit te drukken. Maar dat is een ander verhaal.

Jan Wierenga


EYEBLINK  

 
Oktober 2019
 
Samen koken Laatst waren wij op bezoek bij een bejaard echtpaar. Helemaal vastgeroest in de  rolverdeling van hun 58-jarig huwelijk kwam de vrouw met veel moeite overeind om ons van koffie te voorzien. Manlief - beslist beter ter been - bleef in zijn luie zörg  hangen, terwijl zij naar de keuken strompelde.  
 
Als vanzelf kwam het gesprek op zelfredzaamheid. De vrouw vertrouwde ons toe zich zorgen te maken over de toekomst, m.n. die van haar man. Hij was volgens haar in staat om water te laten aanbranden. Haar man lachte als de bekende boer, zei niets, maar zijn lichaamstaal maakte duidelijk dat hij op zijn leeftijd geen inspanningen meer ging verrichten om daar verandering in aan te brengen.   
 
Echtgenoot en ik koken al vele jaren samen. Wij blinken uit in razendsnel een maaltijd bereiden. Bijna net zo snel als het verorberd wordt, bij voorkeur - laat ons nageslacht dit niet vernemen - met het bord op schoot voor de televisie.  
 
Samen koken gaat niet altijd zonder slag of stoot, het leidt best wel eens tot botsingen! Ben ik net met een pan hete rijst onderweg om af te gieten, draait echtgenoot zich  onverhoeds om om naar keukengerei te reiken. Tot op heden zijn wij hierdoor nog niet in het ziekenhuis beland, maar dat had heel goed gekund. 
 
Een ander soort botsing ontstaat als de rolverdeling niet duidelijk is. Ik zie mijzelf altijd nog een beetje als de kapitein van het foerageerschip. Maar echtgenoot wil ook wel eens stuurman-af zijn. En twee kapiteins op een schip? Ach, dat is bekend! Het gevolg is dan dat het eten een stuk minder goed smaakt, ja zelfs buikloop op de loer ligt. Soms is er zelfs helemaal geen sprake meer van eten. Uiteindelijk blijkt dan patat- of pizzaboer gewillig(er).  
 
Gelukkig is de laatste averij al eeuwen geleden en dat hopen wij zo te houden.  Wij hebben op allerlei terrein aardig leren laveren, ook in de keuken. Wij zien vooral de voordelen; snel bereide maaltijden en gezellig samen bezig zijn met een wijntje onder handbereik. En het meest belangrijk; minder zorg over de toekomst. Als een van ons eens uitgeschakeld raakt, dobbert de ander tenminste niet stuurloos en hongerig rond! 
 
Aagje Blink 

geit                             


MEIERING MEKKERT NIET MEER MAANDELIJKS

Zoals u in het juninummer heeft kunnen lezen, wil Meijering een poosje stoppen met mekkeren. Even niet zo veel inspiratie meer, laat zij ons weten. Alhoewel wij, en veel van onze lezers, haar column nog altijd graag lazen, hebben wij uiteraard respect voor haar besluit.

We zijn daarom op zoek gegaan naar schrijvers die de leemte die nu ontstaat zouden kunnen vullen. En gelukkig hebben wij een tweetal schrijvende Oringers bereid
gevonden een bijdrage te gaan leveren.

Dit  horende, gaf MM aan dat zij dan ook wel mee wil doen in een roulerend schema. Helemaal geweldig dus dat we vanaf komende maand weer verzekerd zijn van een column.

De drie schrijvers zijn:
Aagje Blink, die gaat schrijven onder de naam EyeBlink
Jan Wierenga, onder de naam Jan
en Bianca Meijering die blijft schrijven als Meijering mekkert.

Dus vanaf de Oes Dorp van oktober kunt u van 1 van de 3 een column verwachten.

Wij kijken er naar uit! Hopelijk u ook.

De redactie

 



COLUMN MEIJERING MEKKERT 2019

geitMei 2019 
 

HEEL GOED

Al eerder kwam ik haar tegen. De vrouw met het blonde haar. Ik herken haar, we deelden lang geleden de middelbare schoolbanken. Ik ken haar naam en kan haar aanwijzen op de klassenfoto. Ik verwacht niet dat ze mij nog kent.
Ik ben goed in het herkennen van gezichten en namen, bovendien viel ik niet op op school. Als ik haar aanspreek kijkt ze me eerst verbaasd aan. Dan zegt ze: “Ja, ik zie het.” Ik zie dat ze liegt. Ik vraag hoe het met haar gaat.
We zaten in een klas met leerlingen die examen deden in een creatief vak.  Dat was ongewoon in die tijd.
Zij tekende, ik deed muziek. Nee, het ging heel goed met haar. Ze had een fantastische carrière.

Bij haar vorige werkgever ging het zo goed dat het bijna te veel werd. Daarom had ze een nieuwe carrière opgestart die nu ook weer als een speer ging. Nee, ze mocht niet klagen. Ook had ze een geweldige relatie en een geweldig kind. Misschien had ik wel gelezen over dit kind. Kort geleden had dit kind namelijk in de krant gestaan vanwege een zeer uitzonderlijke prestatie die het geleverd had. Nee, het ging echt heel goed met haar.

Na een monoloog van zo’n 20 minuten moest ze verder. Haar carrière, relatie en kind hadden haar natuurlijk nodig. Dat begreep ik heel goed. Ik liep naar huis. Naar mijn relatie die niet thuis was en mijn kinderen die me begroetten met “hmmmpfff” en “wat eten we?”

Nee, met mij gaat het ook heel goed.
Echt waar!

Bianca


geitApril 2019

 (VER)HIP 
 
Junior 1 en 2 believen een nieuwe zomerjas. 1 heeft er al eentje uitgezocht op het web. Hij heeft de jas gevonden in een webwinkel vol met hippe jassen. Deze jassen hebben met elkaar gemeen dat het merk van de jas duidelijk zichtbaar is. Een andere overeenkomst is de prijs. Deze bestaat uit een 3-cijferig nummer. Mijn budget bestaat uit minder nummers en ik voel me genoodzaakt zelf op zoek te gaan. Omdat volgens  1 in de naburige winkelstraat niets te koop is ga ook ik op zoek op het wereldwijde web. Ik zie verschillende jassen, maar telkens lopen we vast op hetzelfde, de wens van 1 past niet bij mijn budget.  
 
Dan zie ik eentje waar we het misschien over eens kunnen worden. Ik wil 1 roepen tot mijn oog op de omschrijving van de jas valt. “..dit EDGY zwarte heren jack is voorzien van een MULTI-COLOURED streepdetail voor een STANDOUT STYLE. Gemaakt van een COMFY katoenmix met GERIBDE CUFFS voor een SNUG FIT FINAL FEATURES zijn de rits,…. en zijzakken voor je KEY-ITEMS.” Tenslotte blijkt de jas “afgewerkt met de *** SWOOSH BRANDING.” 
 
Verbijsterd laat ik de woorden tot me doordringen. Dan sluit ik de computer af om me in mijn comfy stoel te laten zakken en na te denken over zoveel stupidity. 

Bianca  

geitMaart 2019

Bermuda driehoek

“Mam, waar is mijn…?” is een veel gestelde vraag in ons huis. Vragenstellers zijn junior 1 en 2.
Op de puntjes kan van alles worden ingevuld wat 1 en 2 betreft.
Boek, trui, voetbalschoen, tandenborstel… Verstand wat mij betreft.

Ook wederhelft vraagt mij regelmatig naar de ligplaats van een verloren voorwerp.
Waarom IK altijd het antwoord op deze vraag zou moeten weten is mij een raadsel en regelmatig foeter ik dat het boek, de trui, de voetbalschoen of de tandenborstel daar ligt waar hij het heeft achtergelaten!

Terugkerend onderwerp van vermissing is de telefoonoplader. Maar waar bij een verloren boek nog wordt gevraagd: “WAAR ligt mijn boek?” luidt de vraag bij de oplader meestal: “WIE heeft mijn oplader?” De vraag wordt vaak op luide beschuldigende toon gesteld aan mij. Alsof het mij persoonlijk aan te rekenen is dat de geliefde telefoonoplader onvindbaar is. Mijn eigen oplader is overigens NOOIT onvindbaar. Want hoewel ik best wel eens wat chaotisch ben en daardoor regelmatig iets niet kan vinden, op mijn oplader ben ik erg zuinig. Ik bewaar deze al tijden op dezelfde,
hier niet nader te noemen plek en ben deze dus nooit kwijt.

Op een dag ben ik het zat en ik kondig aan dat het vanaf nu ieder voor zich is.
Wie iets kwijt is kan niet meer bij mij terecht.

De volgende ochtend moet ik aan het werk. Als het tijd is om weg te gaan wil ik mijn autosleutels pakken. Maar… waar lagen die ook alweer…? “Wederhelft… junior 1…2…alsjeblieft…ik bedoelde het toch allemaal niet zo…?”

Bianca


geit Februari 2019

 OVER VIS EN DUUR BETALEN 
 
“Bloed is verder prima, je cholestorol is acceptabel” deelt de dokter mij mede wanneer ze me de bloeduitslagen voorleest. Acceptabel klinkt als een krappe voldoende.  “Dat wordt dan geen eieren meer eten” poog ik grappig te zijn. Maar de dokter zegt dat 3 eieren per week best mogen. Net als vis eten trouwens. “Eet je wel eens vis?” wil ze weten. En met die ene incidentele visstick in het achterhoofd schud ik mismoedig mijn hoofd. De opdracht is duidelijk.
Ér moet meer vis op tafel.  
 
Gelukkig weet “robbie28” die ik op Smulweb raadpleeg raad. Hij heeft namelijk HET recept voor een fantastische visschotel waar hij en zijn disgenoot altijd de vingers bij aflikken. Er moet vis in en krieltjes en nog een aantal hele verantwoorde dingen.  Robbie wenst mij nog een smakelijke maaltijd maar dat moet zeker lukken beweert hij nog.  
 
Ik sla dus heel verantwoord aan het koken en doe alles wat Robbie mij zegt te doen. Wanneer wederhelft de keuken in stapt werpt hij een blik op de schotel. “Hm”, bromt hij kortaf. Maar na een blik op mijn gezicht geeft hij aan het te zullen proberen. Wanneer de schotel dan eindelijk op tafel staat blijken de krieltjes hard en de vis rauw. Mijn disgenoten vragen of er nog pizza is en ik vraag mij af of de disgenoot van  robbie28 wellicht ottertje33 is.  
 
Volgende keer toch maar weer vissticks. 
 
Bianca 

 Januari 2019

BROMMEN 

Junior 1 wenst een scooter. Snelheid is geboden, hij is immers bijna 15 en een half dus de tijd dringt.

Omdat zijn vader en ikzelf scooterloos onze jeugd zijn doorgekomen kunnen wij hem niet
imponeren met stoere scooterverhalen. Ik probeer nog indruk te maken met vriendinnen die een
brommer hadden. De ene had een Tomos waar ik achterop gezeten half Drenthe mee ben doorgecrosst.
De andere had een Honda MT, een schakelbrommer, heel stoer destijds voor een meisje.
Helaas maak ik geen indruk, minachting valt mij slechts ten deel.
Een Tomos en zelfs een Honda MT blijken hopeloos ouderwets.

Voorbeelden of advies van z’n ouders heeft hij trouwens ook helemaal niet nodig, hij weet wat hij wil.
Dat ene (dure) model natuurlijk en dan die ene, bijzondere (dure!) uitvoering.
Gelukkig blijkt financiering van de scooter geen enkel probleem.
Junior 1 heeft een namelijk een topbaan in de horeca en is naar eigen zeggen prima bij machte al
zijn salaris opzij te zetten voor de aanschaf van de scooter.
Daarbij herinnert hij wederhelft graag aan diens achteloze uitspraak van lang geleden dat het behalen
van het schooldiploma dit jaar ruimhartig beloond zal worden.

Ook het door mij verplicht gestelde bromfietscertificaat is geen probleem, dat gaat hij zeker halen en betalen.

Nee hoor, die scooter komt er binnenkort.
Tenminste…dat is de bedoeling.

Bianca
 


Archief Meijering Mekkert, vanaf 2012       

Meijering Mekkert 2018>>>


Meijering Mekkert 2017>>>

 

Meijering Mekkert 2016>>>

 

Meijering Mekkert 2015>>>

 

Meijering Mekkert 2014>>>

Meijering Mekkert 2013>>>

Meijering Mekkert 2012>>>